Boombeheer zorg en onderhoud

In Arnhem telt iedere boom mee. Van jonge scheut tot volwassen boom tot (bijna) dode boom. Daarom gaan we er zorgvuldig mee om en dat betekent dat Arnhemse bomen worden verzorgd en onderhouden.

Eén van de doelen uit het definitieve Bomenplan (pdf, 6MB) is om het kroonoppervlak van bomen toe te laten nemen. Daarom is het belangrijk dat steeds meer bomen kunnen uitgroeien tot volwassen, grote bomen. Zo kunnen bomen maximaal bijdragen aan onder andere de opslag van CO2, een klimaatbestendige stad en biodiversiteit.
Op enkele plekken in het bos laten we de natuur z'n gang gaan. Op plekken waar meer mensen komen, bijvoorbeeld een park, is het nodig om af en toe bij te sturen. Anders groeien doorkijkjes in het park dicht, is er geen ruimte voor andere flora en fauna en worden parken gevoeliger voor ziekten en klimaatinvloeden. Bij straat- en plantsoenbomen is veiligheid een belangrijk aspect en daarom is er relatief veel zorg en onderhoud aan deze bomen nodig. We passen daarom maatwerk toe, waarbij de boomsoort en de plek een belangrijke rol spelen.

Zorg en onderhoud bomen

Wat houdt zorg en onderhoud van bomen precies in? Zorg en onderhoud van bomen gaat over:

Kap en snoei 

Op de pagina boombeheer staat meer informatie over de kap en snoei van straatbomen en bomen in bossen en parken

Dunning

Onder dunning wordt het weghalen van bomen en boomscheuten verstaan die groeien in bosverband of in een laan. Dunnig is nodig om de overblijvende bomen gezonder en beter op te laten groeien en om de biodiversiteit in park of bos te verbeteren. Ook helpt dunning juist om Arnhem groen te houden. Dunning helpt om andere bomen gezond en sterk te houden zodat ze maximaal uit kunnen groeien en het totaal aan kroonoppervlakte kan toenemen. 

Verzorging oude bomen 

Iedere boomsoort heeft een bepaalde levensverwachting. We willen dat bomen oud kunnen worden. Oude bomen hebben af en toe wat extra verzorging nodig. Dit houdt in dat we bij elke oude boom kijken welke verzorging deze boom nodig heeft. Soms houdt dit in dat er wat extra voeding of lucht in de bodem rondom de boom wordt aangebracht of dat de omgeving rondom de boom wordt afgezet zodat de bodem niet verdicht raakt. Op deze wijze kan het wortelgestel van de boom goed groeien.

Levensverwachting

Eiken kunnen ouder worden dan populieren of wilgen. Zelfs de snelgroeiende soorten zoals populier of wilg kunnen meer dan 200 jaar oud worden. In de stad worden bomen in het algemeen niet zo oud. Dat komt door allerlei invloeden van buitenaf zoals werkzaamheden, (riool, weg), herinrichtingen of gebiedsontwikkelingen. Een boom van 80 jaar in straat of plantsoen is al vrij oud. Vrij groeiende bomen in park of plantsoen kunnen ouder worden. Bomen in bossen parken hebben meer kans ouder te worden. Soms in onderhoud nodig zoals dunning en snoei zodat bomen ook daadwerkelijk oud kunnen worden. In park Gulden Bodem staan 3 eeuwenoude tamme kastanjes. De bomen zijn naar schatting 350 jaar oud en nog zeer vitaal. 

Verbeteren biodiversiteit

Als er veel bomen van een zelfde soort bij elkaar staan, dat wordt ook monocultuur genoemd, kan dat problemen opleveren. Denk aan de eikenprocessierups. Deze jeukrups is een teken dat de biodiversiteit verstoort is. Door bij uitval van eiken in de straat worden deze vervangen door een andere soort. Door bermen extensief te maaien en meer struiken aan te planten komen er meer verschillende plant en diersoorten, waardoor de natuurlijke vijanden van de rups terugkeren en dit insect beter kan worden beheerst. Een ander voorbeeld is paardenkastanjes in een laan. Wanneer de paardenkastanjebloedingsziekte uitbreekt kan dit het einde betekenen van alle paardenkastanjes in de laan. Door bij uitval paardenkastanjes te vervangen door andere boomsoorten, wordt het risico van een 'boomloze' laan aanzienlijk verminderd.

Planten in- en uitheemse boomsoorten

In bossen en parkbossen planten we vooral inheemse soorten (bomen die hier van nature voor komen). Soms gebruiken we ook niet inheemse soorten omdat zij bijvoorbeeld goed de lucht kunnen zuiveren of de bodem verbeteren. In de stad zijn alle soorten welkom. Inheemse soorten maken de hoofdmoot uit in de hoofdstructuren en parken. 

Niet inheemse soorten groeien veelal langs de straten en in de buurten. De voorkeur gaat uit naar soorten die goed bestand zijn tegen hitte en droogte. Daarnaast kiezen we voor soorten die drachtboom zijn voor insecten en soorten die vruchten en noten dragen voor vogels en zoogdieren.
Ook planten we soorten toe die de lucht kunnen goed filteren zoals platanen en naaldbomen.

Klimaatbestendige bomen

Het klimaat verandert. Sommige boomsoorten zijn gevoeliger voor perioden van droogte. Daarom gaat onze voorkeur uit naar bomen die goed bestand zijn tegen hitte en droogte. Ook planten we soorten zoals platanen en naaldbomen die de lucht goed kunnen filteren. 
Het gemeentelijke beleid is om de juiste boomsoort op de juiste plek te planten. Dat betekent dat de boom moet passen bij de beschikbare onder- en bovengrondse groeiruimte. Een grote boom bijv. een Linde heeft een grote kroon en veel wortels, dit moet wel passen in de stad. Een kleinere sierkers kan met minder groeiruimte goed groeien.
De gemeente plant klimaatbestendige bomen (uit de soortentabel klimaatbestendige bomen van de WUR).Ook plant de gemeente verschillende soorten bij elkaar zodat er niet te veel van een boomsoort bij elkaar staan (monoculturen). Dat zijn zowel inheemse (bomen die hier van nature voorkomen) als niet inheemse soorten.