Toespraak burgemeester Marcouch - Keti Koti

Beste mensen,

Het is een groot goed om u hier bijeen te zien in Park Sonsbeek voor onze allereerste officiële herdenking in Arnhem van de trans-Atlantische slavernij, internationaal aangemerkt als één van de grootst denkbare misdaden tegen de menselijkheid. Samen met Comité 30 juni – 1 juli staan wij stil. De onterende mensenhandel en onmenselijke slavenplantages brachten de Gouden Eeuw. Ook in Arnhem verschenen luxe buitenhuizen en weelderige parken, verdiend met de suikerhandel, opgebracht door verhandelde mensen uit Afrika, gevangen lijfeigenen.

Bij de slavernij waren vanuit Arnhem bestuurders en regentengeslachten betrokken die investeerden in plantages. En wellicht enkele handelaren en zeevarend personeel. Maar al hadden buiten de gefortuneerden lang niet alle voorouders van Arnhemmers van doen met slavernij, de desastreuse erfenis is voor ons allemaal. Die erfenis is giftig en heet racisme, de opvatting dat het eigen ras superieur is boven andere. Het zit er dik in dat de slavenhandel voortkomt uit hebzucht, met gevangenen als koopwaar.  En dat vervolgens het racisme speciaal is bedacht om het geweten dat zich roert bij zulke wanstaltige mensenhandel, tot zwijgen te brengen. Het gif van het racisme heeft zich sinds de slavernij breed verspreid, ook in kringen die weinig profijt hadden van slavernij. 

Het is zaak ons hiervan te bevrijden. Keti Koti, zoals de Nederlandse Afro-Surinamers en Afro-Antilianen zeggen - verbreek de ketenen. Wij hebben als vrije mensen allen deze opdracht van het leven, voor onszelf en voor elkaar. Zoals de nazaten van de slavernij zijn bevrijd van achterstelling, wantrouwen en mismoedigheid, zo dienen wij ons te bevrijden van het racisme en de discriminatie die velen van ons zo kwalijk en vaak ook zo gevaarlijk alledaags in de houdgreep houdt.

Dus dat is wat ons te doen staat dit jaar, bij onze opvoeding, in de bibliotheek, in het museum, in de klas en op het werk. En in het Nationaal Openluchtmuseum, mensen; hier even verderop. Met uw gezinnen en vrienden gaat u zien hoe de Canon van Nederland de geschriften en de documenten verzamelt in het venster ‘slavernij’. Zoals de stalen stempels waarmee de handelaren hun buit brandmerkten met op de huid het litteken WIC. Ik zag ook de koperen halsbanden waarmee de koopwaar in scheepsruimen aan elkaar werd geketend; en het apparaat waarmee menselijke monden werden open gekrikt voor dwangvoeding, wanneer gevangenen de hongerdood verkozen.

En toen, beste mensen, 

Toen zag ik bij de canon over de slavernij ook muziekinstrumenten. Niet de trommels of trompetten - die waren verboden. Ik zag een banjo. Eigengemaakte banjo’s van kalebassen en gespannen schapenvellen. Mensen die dingen maken - creatief zijn – blijven mens. 
Daar zit veerkracht. Ik las verder, over ontsnapte marrons, de vrijheidsstrijders in de bossen, zoals in de Tweede Wereldoorlog de Joodse verzetsgroepen in de Poolse bossen.

En ook aan Nederlandse zijde bleek vechten voor vrijheid wel degelijk mogelijk. Wolter van Hoëvell rondde steevast al zijn spreekbeurten in de Tweede Kamer af met de zin ‘De toestand van de slaven in Suriname is voor Nederland een schandvlek.’ Het kán, strijden voor andermans vrijheid. Wat kan, dat moet. En de bevrijding kwam.
 
Beste mensen, de slavernij is ook het verhaal van menselijke veerkracht. Ga deze zomer ook naar de slavernijtentoonstelling in het Rijksmuseum om te luisteren naar vrijheidsstrijders als Tula. ‘Voor ons geldt vrijheid, gelijkheid en broederschap,’ zei hij. Hij bekocht zijn pleidooi met een gruwelijke dood, maar ik zie zijn veerkracht terug bij de huidige generaties, zoals zij studeren, werken en demonstreren met Black Lives Matter als devies. Zij helpen ons nieuwe discussies aan te gaan.

Standbeelden vernielen wij niet, wij bewaren ze waar wij ze toelichten. De Gouden Koets waarop de Nederlandse maagd hulde wordt betoond door de koloniën hoort in een museum, en stadsbesturen onderzoeken hun verleden. Maar het belangrijkste dat ons nu te doen staat is het giftige racisme overwinnen, discriminatie de kop indrukken en de onmenselijke mensenhandel bestrijden. Daar is onze veerkracht voor, om menselijke waardigheid te bereiken en te vieren.  

Dat is vooruitgang. Met die belofte kunnen wij morgen feestelijk en bemoedigd Keti Koti vieren, de start van een nieuw werkjaar, op naar onze gedeelde toekomst, vrij van ketenen.